Gerrit Jan Komrij (1944-2012)
Deze
kwartierstaat is onderdeel van een reeks kwartierstaten rond het thema Artes.
Ik stel het op prijs als u mij attendeert op
geconstateerde fouten. Ik houd mij aanbevolen voor aanvullingen. Dat kan per
e-mail aan: hjmwijers AT hotmail.com
H.J.Michiel
Wijers
Eindhoven,
februari 2023 (laatst herzien augustus 2025)
[1] Gerrit Jan Komrij, Gerrit, geb. Winterswijk 30.03.1944, begiftigd met de P.C. Hooftprijs 1993, eredoctoraat Leiden 08.02.2000, Dichter des Vaderlands (2000-2004), overl. Amsterdam 05.07.2012, begr. Vila Pouca da Beira (Portugal).
– Levensbericht: nl.wikipedia
[2] Pieter Komrij, Piet, geb. Winterswijk 27.02.1907, bankwerker (1933), overl. Winterswijk 09.05.1994, tr. Winterswijk 07.01.1933
[3] Aleida Hendrika Wilhelmina Lammertink, geb. Winterswijk 09.01.1906, overl. Winterswijk 18.06.1995.
1.
Gerrit Jan Komrij,
geb. Winterswijk 30.03.1944|a|; volgt [1].
Noten: |a| Twentsch
nieuwsblad 08.04.1944.
[4] Melle Komrij, geb. Kollum (Kollumerland en Nieuwkruisland)
21.12.1882, fabriekarbeider (1904,1912), stoker (1925,1933), overl. Winterswijk
03.01.1959, begr. Winterswijk 07.01.1969, tr. Winterswijk 10.06.1904
[5] Johanna
Aleida Stemerdink, geb. Eibergen
17.07.1879, overl. Winterswijk 20.06.1958, begr. Winterswijk 23.06.1958.
Uit dit huwelijk:
1.
Wilhelmina Johanna Komrij, geb. Dorpbuurt (Winterswijk)
11.12.1904, tr. Winterswijk
23.05.1925 Jan Derk van den Berg, geb. Hengelo (Gld) 30.03.1905, smid, z.v.
Gerrit Hendrik van den Berg, smid (1905), bankwerker (1925), en Johanna
Geertruida Ribbink.
2.
Albertus Pieter Komrij, geb. Winterswijk 05.02.1906,
overl. Winterswijk 13.06.1912.
3.
Pieter Komrij, geb. Winterswijk 27.02.1907; volgt [2].
[6] Gerrit Jan Lammertink, geb. Borculo 20.01.1883, winkelier (1903), smid (1904), machinist (1906,1918), winkelier (1931), koopman (jan1933), manufacturier (nov1933), winkelier (1942), overl. Winterswijk 11.03.1942, tr. Winterswijk 01.05.1903
[7] Hendrika
Wilhelmina Heersink, geb. Aalten
20.01.1876, overl. Winterswijk 08.09.1956, begr. Winterswijk 12.09.1956; tr. 1e
Winterswijk 10.03.1899 Gerrit Schraa, geb. Zwartsluis 01.06.1878, letterzetter,
overl. Winterswijk 09.02.1902, z.v. Hendrik Schraa en Klazina Lier.
Uit het huwelijk Schraa-Heersink:
1.
Clasina Schraa, geb. Winterswijk 21.06.1899, overl.
Winterswijk 14.07.1915.
Uit het huwelijk Lammertink-Heersink:
2.
Alberdina Aleida Gesiena Lammertink, geb. Winterswijk
20.11.1903, tr. Winterswijk 26.09.1931 Jan Albert Willem Ribbink, geb.
Winterswijk 23.03.1907, koopman (1932), fabriekarbeider (1941), z.v. Jan
Hendrik Willem Ribbink, metselaar, en Willemina Meerdink.
3.
Gerrit Jan Lammertink, geb. Winterswijk 31.12.1904,
overl. Winterswijk 03.04.1980, crem. Usselo 08.04.1980, tr. Winterswijk
11.11.1933 Maria Pasman, geb. Ruurlo 24.12.1907, d.v. Albert Jan Pasman,
arbeider, en Maria Ligtenberg.
4.
Aleida Hendrika Wilhelmina Lammertink, geb.
Winterswijk 09.01.1906; volgt [3].
5.
Hendrika Wilhelmina Lammerttink, geb. Winterswijk
16.06.1913, tr. Winterswijk 31.10.1942 Jan Willem Jansen, geb. Aalten
16.12.1914, kleermaker, z.v. Jan Willem Jansen, opperman (1914), landbouwer
(1942), en Hendrika Willemina Prinsen.
6.
Emma Lammertink, geb. Winterswijk 02.06.1917, overl.
Winterswijk 13.03.1918.
[8] Pieter Komrij, geb. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 27.10.1855, boerenknecht (aug1882), arbeider (dec1882,1888), fabrieksarbeider (1904,1918), overl. Winterswijk 25.07.1948, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland 26.08.1882
[9] Willemke
Mellema, geb. Twijzel (Achtkarspelen) 29.01.1861,
dienstmeid (1882), arbeidster (1886,1888), overl. Winterswijk 06.02.1927.
Uit dit huwelijk:
1.
Melle Komrij, geb.
Kollum (Kollumerland en Nieuwkruisland) 21.12.1882; volgt [4].
2.
Jan Komrij, geb.
Visvliet (Grijpskerk) 13.01.1886, overl. Visvliet (Grijpskerk) 15.05.1887,
gasstoker, tr. Winterswijk 10.05.1918|a| Jansje Willink, geb. Winterswijk
29.01.1896, d.v. Albertus Willink, fabrieksarbeider, en Janna Willemina
Stemerdink.
3.
Wiktje Komrij, geb. Visvliet
(Grijpskerk) 10.03.1888, tr. Winterswijk 26.06.1908 Gerrit Jan Weijenborg, geb.
Winterswijk 17.06.1883, fabrieksarbeider, z.v. Hendrik Jan Weijenborg, voerman,
en Maria Gesiena Lobeek.
Noten: |a| bruidegom
oud 25 jaar (huw.akte Winterswijk 1918 no.36).
[10] –
[11] Johanna Bensink,
geb. Rekken (Eibergen) 26.08.1855, dienstmeid (1879), overl. Winterswijk
08.02.1911; tr. Eibergen 13.11.1879 Gradus Albartus Stemerdink,
geb. Winterswijk 14.01.1856, klompenmaker (1879,1880), spoorbeambte
(1882,1884), spoorarbeider (1887), wagenpoetser (1893), spoorbeambte
(1894,1898), arbeider (1904,1907), voermansknecht (1916), overl. (‘aan den
Rijnoever, bij de monding van de Grift, overleden bevonden’) Rhenen
03.01.1923|b||c|.
Kind (erkend en gewettigd bij het huwelijk):
1.
Johanna Aleida Bensink, later Stemerdink,
geb. Rekken (Eibergen) 17.07.1879|a|; volgt [5].
Uit dit huwelijk:
2.
Hendrika Stemerdink, geb. Winterswijk 26.10.1880, tr.
Winterswijk 08.04.1904 Albert Peters, geb. Winterswijk 22.05.1877,
fabrieksarbeider, overl. Winterswijk 26.08.1954, z.v. Johannes Bernardus
Peters, wegwerker (1877), fabrieksarbeider (1904), en Johanna Hendrika Nuijs.
3.
Abraham Stemerdink, geb. Winterswijk 30.07.1882,
spoorarbeider (1906), spoorbeambte (1929), tr. 1e Winterswijk 25.05.1906
Elisabeth Geertruida Menting, geb. Ratum (Winterswijk) 31.10.1886, overl.
Arnhem 15.08.1925|d|, d.v. Gerhard Heinrich Menting, pannenbakker (1886),
arbeider (1906), en Jans Bouwmeester; tr. 2e Winterswijk 02.08.1929 Johanna
Gesiena Meerdink, geb. Kotten (Winterswijk) 05.02.1886, d.v. Hendrik Jan
Meerdink, landbouwer, en Berendina Catharina Greupink.
JGM tr. 1e
Winterswijk 17.02.1911 Hendrik Jan Bennink, geb. Kotten (Winterswijk)
20.12.1882, koetsier (1911), chauffeur (1927), overl. Winterswijk 31.12.1927,
z.v. Jan Berend Bennink, landbouwer, en Johanna Berendina Boeijink.
4.
Hendrik Jan Stemerdink, geb. Winterswijk 28.11.1884,
overl. Winterswijk 28.02.1889.
5.
Geertruida Stemerdink, geb. Winterswijk 15.01.1887, tr.
Winterswijk 27.09.1907 Jan Willem Luitink, geb. Winterswijk 03.07.1882,
fabrieksarbeider, z.v. Jan Hendrik Luitink, landbouwer, en Geertruida Willemina
Slotboom.
6.
Wilhelmina Johanna Stemerdink, geb. Winterswijk
31.05.1890, tr. Winterswijk 17.03.1916 Derk Jan Steenbergen, geb. Stad Doetinchem
15.11.1891, leerling-machinist (1916), z.v. Gerrit Jan Steenbergen (1867-1940)
en Naatjen Schimmel
(1867-1918).
7.
Hendrik Jan Stemerdink, geb. Winterswijk 24.02.1893,
fabrieksarbeider, tr. Winterswijk 02.02.1923 Tekkina Johanna Deen, geb.
Noordbarge (Emmen) 13.07.1899, d.v. Willem Deen, bakker (1898), slager (1923),
en Wilhelmina Withaar.
8.
levenloze zoon, Winterswijk 03.07.1894.
9.
Johanna Gesina Stemerdink, geb. Winterswijk 25.07.1895,
overl. Winterswijk 22.12.1895.
10.
levenloze dochter, Winterswijk 12.03.1898.
Noten: |a| aangifte
door Berendina Visker, oud 38 jaar, vroedvrouw [geen vermelding van Gradus]
(geb.akte Eibergen 1879 no.70); |b| ‘een onbekend manspersoon naar schatting
ongeveer zestig jaren oud’, bij uitspraak Arr.Rb. Arnhem 22.02.1923 gewijzigd
in Gradus Albartus Stemerdink (overl.akte Rhenen 1923 no.1 & no.28); |c|
ook overl.akte Winterswijk 09.05.1923 no.88; |d| ook overl.akte Winterswijk
1925 no.121.
[12] Engbert Lammertink, geb. Borculo 10.02.1854, klompenmaker (1878,1883), arbeider (1885), spoorwegarbeider (1888,1890), baanwerkert (1892), spoorwergarbeider (1893,1895), spoorbeambte (1901), spoorwegarbeider (1903,1909), overl. Borculo 09.08.1909, tr. Borculo 14.10.1878
[13] Alberdina
Pasman, geb. Ruurlo 24.02.1855, boerwerkster
(aug1878), dienstbode (okt1878), overl. Lochem 09.03.1940.
Kind van Alberdina (gewettigd bij het huwelijk):
1.
Hendrik Pasman, later Lammertink, geb. Ruurlo
09.08.1878|a|, sigarenmaker, overl. Deventer 03.08.1951|b|, tr. Borculo
18.01.1901 Aaltjen Kruisselbrink, geb. Borculo 05.10.1878, dienstbode (1901),
d.v. Piet Gerhard Kruisselbrink, metselaar, en Berendina Gezina Onis.
Uit dit huwelijk:
2.
Gerrit Jan Lammertink, geb. Borculo 07.12.1881, overl.
Borculo 21.01.1882.
3.
Gerrit Jan Lammertink, geb. Borculo
20.01.1883; volgt [6].
4.
Johan Lammertink, geb. Borculo 10.11.1885,
spoorwegarbeider, overl. Neede 11.09.1920.
5.
Jaantje Lammertink, geb. Overbiel (Borculo)
13.04.1888, tr. 1e Eibergen 09.02.1911 Arend Jan Stokkers, geb. Holterhoek
(Eibergen) 17.08.1887, fabrieksarbeider, overl. Eibergen 16.05.1919, z.v.
Hendrik Stokkers, dagloner (1887), landbouwer (1911), en Aaltje Abbink; tr. 2e
Lochem 04.10.1923 Hendrik Jan Nengerman, geb. Lochem 17.04.1889,
fabrieksarbeider, z.v. Gerrit Jan Nengerman, looiersknecht, en Johanna Krukerink.
6.
Frederika Lammertink, geb. Overbiel (Borculo)
28.03.1890, overl. Laren 25.10.1939|c|, tr. Borculo 29.07.1910 Hermanus
Thomassen, geb. Lochem 08.09.1890, fabriekarbeider, z.v. Berend Jan Thomassen,
kleermaker, en Johanna Gerritdina Horstman.
7.
levenloze zoon,
Overbiel (Borculo) 10.10.1892.
8.
Engbert Lammertink, geb. Overbiel (Borculo)
06.10.1893, overl. Overbiel (Borculo) 22.11.1893.
9.
Engbert Lammertink, geb. Overbiel (Borculo)
03.01.1895, monteur, tr. Neede 24.02.1917 Marie Mol, geb. Neede 26.10.1896,
fabrieksarbeidster, d.v. Gerrit Jan Mol, landbouwer (1896), dagloner (1917), en
Gerritdina Dieperink.
Noten: |a| aangifte
door Johan Pieter Scholten, oud 68 jaar, heel- en vroedmeester (geb.akte Ruurlo
1878 no.43); |b| ook overl.akte Borculo 1951 no.41; |c| ook overl.akte Lochem
1038 no.53.
[14] Gerrit Heersink, geb. Hummelo en Keppel 13.05.1846, veldwachter (1873,1883), gemeenteveldwachter (1899,1903), veldwachter (1910), agent van politie (1911), veldwachter (1912), overl. Haaksbergen 27.12.1920, tr. Aalten 08.05.1873
[15] Aleida
Gesina Prinsen, geb. Aalten
13.08.1851, overl. Aalten 26.05.1905.
Uit dit huwelijk:
1.
Jan Willem Antonij Heersink, geb. Aalten 24.01.1874,
bakker, overl. Haaksbergen 18.10.1917, tr. Winterswijk 23.02.1900 Mina Aleida
Geerdes, geb. Brinkheurne
(Winterswijk) 02.10.1878, overl. na 1917, d.v. Tonij Geerdes
(1835-1920) en Janna te Beest
(1847-1929).
2.
Hendrika Wilhelmina Heersink, geb. Aalten
20.01.1876; volgt [7].
3.
Bernadus Heersink, geb. Aalten 25.09.1877,
metselaar, overl. Aalten 26.01.1958, tr. Winterswijk 31.03.1911|a| Bertha
Geerdes, geb. Brinkheurne
(Winterswijk) 14.05.1884, overl. Aalten
26.10.1960, d.v. Tonij Geerdes (1835-1920) en Janna te Beest (1847-1929).
4.
Johan Bernard Heersink, geb. Aalten
26.01.1880, overl. Aalten 27.08.1883.
5.
Gerhardus Heersink, geb. Aalten 16.01.1882,
overl. Aalten 18.09.1897.
6.
Johanna Berendina Heersink, geb. Aalten
28.12.1884, overl. Aalten 28.12.1951, tr. Aalten 08.02.1912 Jan Willem
Gussinklo, geb. Binnenheurne (Wisch) 03.01.1888, metselaar, z.v. Berend
Gussinklo, landbouwer, en Johanna Sandrina Vreeman.
7.
Johan Bernard Heersink, geb. Aalten
28.02.1887, metselaar (1913), aannemer (1955), overl. Aalten 08.10.1955, tr.
Aalten 17.07.1913 Jennigje Fries, geb. Harderwijk 23.08.1889, d.v. Jacob Fries,
gepensioneerd militair (1889), en Dirkje Klaver.
8.
Antonius Gesinus Heersink, geb. Aalten
07.01.1889, rijksklerk bij de belastingen (1917), adjunct-commies bij
Rijksbelastingen (1924), tr. 1e Steenderen 09.10.1917 Frederika Herberts, geb.
Steenderen 11.09.1891, overl. Doetinchem 13.05.1921, d.v. Elbert Willem
Hendriks, grofsmid, en Willemina Beumer; tr. 2e Steenderen 08.01.1924 Alberta
Wilhelmina Herberts, geb. Steenderen 19.01.1889, onderwijzeres, oudere zuster
van Frederika.
9.
Harmina Heersink, geb. Aalten 07.02.1890,
overl. Amersfoort 01.01.1944|b||c|, tr.
1e Aalten 31.03.1910 Derk Jan Lammers, geb. Heelweg (Wisch) 07.09.1887,
opperman (1910), metselaar (1915), overl. Aalten 25.10.1915, z.v. Gerrit
Lammers, klompenmaker (1887), landbouwer (1910,1915), en Hendrika Jolink; tr.
2e Breda 31.07.1919 Hendrik Cornelissen, geb. Haarlem 20.03.1879, koopman,
overl. Heiloo 04.01.1937|d|, z.v. Hendrik Cornelissen en Wilhelmina Bos.
Noten: |a| bruid oud
24 jaar (huw.akte Winterswijk 1911 no.25); |b| per abuis e.v.
Cornelissen (overl.akte Amersfoort 1944 no.5); |c| ook overl.akte Breda 1944
no.A115; |d| ook overl.akte Rotterdam 1937 fol.s007.
[16] Melle Komrij, geb. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland)
03.09.1829, landbouwer (1851), bakker (1852,1857), landbouwer (1864), voerman
(1876,1890), overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 02.08.1890,
z.v. Jetze Jarigs Komrij en Jitske Melles de Vries (zie Bijlage
A); tr. Kollumerland en Nieuwkruisland 17.05.1851
[17] Sijtske Smedinga, geb. Westergeest (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 04.06.1822, overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland)
30.01.1903, d.v. Pieter Drewes Smedinga, grofsmid, en Ietske Wijtzes Postma.
Uit dit huwelijk:
1.
Jitske Komrij, geb. Westergeest (Kollumerland
en Nieuwkruisland) 26.03.1852, overl. Kollum (Kollumerland en Nieuwkruisland)
20.11.1928, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland 11.05.1876 Wijtze Bottema, geb.
Kollumerzwaag (Kollumerland en Nieuwkruisland) 27.09.1851, bakkersknecht
(1876), bakker (1918), overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland)
31.05.1918, z.v. Meint Jacobs Bottema, bakker, en Trijntje Isaaks van der Werf.
2.
Pieter Komrij, geb. Westergeest (Kollumerland
en Nieuwkruisland) 08.09.1853, overl. Westergeest (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 10.06.1854.
3.
Pieter Komrij, geb. Westergeest (Kollumerland
en Nieuwkruisland) 27.10.1855; volgt [8].
4.
Fokeltje Komrij, geb. Westergeest
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 22.01.1857, overl. Kollum
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 20.07.1924, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland
08.05.1880 Rijkele Westra, ook Riekele, geb. Kollum (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 28.05.1854, slager (1880), arbeider (1903), overl. Kollum
(Kollumerland en Nieuwkruisland)
28.12.1903, z.v. Jurjen Libbes Westra, arbeider (1854), tolgaarder (1880), en
IJtje Riekeles Ganzevoort.
5.
Wijtze Komrij, geb. Oudwoude (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 23.11.1864, arbeider (1899), landbouwer (1928), overl.
Surhuisterveen (Achtkarspelen) 16.04.1928, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland
02.12.1899 Sijbrigje Meijer, geb. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland)
25.10.1864, arbeidster, overl. Surhuisterveen (Achtkarspelen) 06.01.1924, d.v.
Jacob Libbes Meijer, arbeider, en Aaltje Lieuwes Boonstra, arbeidster.
[18] Jan Mellema, geb. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland)
26.12.1825, arbeider, overl. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland)
15.01.1909, z.v. Haijke Jans Mellema, timmerman, en Lijske Jeltes Faber; tr. 1e
Kollemerland en Nieuwkruisland 17.05.1851 Folkjen Dijkstra, ook Folkje, geb.
Oudwoude 10.01.1812, boerenmeid (1851), overl. (kraambed) Oudwoude
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 05.11.1852, z.v. Albert Geerts Dijkstra,
arbeider, en Mettje Lieuwes; tr. 3e Kollumerland en Nieuwkruisland 10.11.1888
Wijtske Tuinstra, geb. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 08.03.1840,
arbeidster, overl. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 07.03.1916, d.v.
Freerk Gerrits Tuinstra, arbeider (1840), gardenier (1866), en IJmkje Wiersma;
tr. 2e Kollumerland en Nieuwkruisland 18.06.1856
[19] Wikje Bouma, geb. Niawier (Oostdongeradeel) 17.04.1823, arbeidster,
overl. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 15.04.1887, d.v. Jan Sjoerds
Bouma, landbouwer, en Willemke Jetzes Dijkstra; tr. 1e Kollumerland en
Nieuwkruisland 09.05.1845 Wopke Jelsma, geb. Kollum (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 04.08.1818, kuiper, overl. (Kollumerland en Nieuwkruisland)
31.05.1847, z.v. IJnse Dirks Jelsma, linnenweversknecht (1818), wever (1847),
en Hiske Wopkes Kats.
WT tr. 1e Kollumerland en Nieuwkruisland
12.05.1866 Tjeerd Kloosterman, geb. Driesum (Dantumadeel) 22.11.1841,
boerenknecht (1866), arbeider (1877), overl. Oudwoude (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 24.01.1877, z.v. Atze Tjeerds Kloosterman, arbeider, en Sjoukje
Rienks Boskma.
Uit het huwelijk Mellema-Dijkstra:
1.
Lijske Mellema, geb. Oudwoude (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 01.11.1852, overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland)
06.03.1853.
Uit het huwelijk Mellema-Bouma:
2.
Elizabeth Mellema,
geb. Twijzel (Achtkarspelen) 03.06.1857, overl. Enschede 08.08.1934, tr.
Weststellingwerf 17.04.1886 Jacobus ten Wolde, geb. Blesdijke
(Weststellingwerf) 12.11.1858, arbeider, overl. Losser 30.05.1953, z.v. Lucas
ten Wolde, arbeider, en Kunnigje Hendrikus Bennik.
3.
levenloze zoon, Twijzel (Achtkarspelen) 30.11.1859.
4.
Willemke Mellema, geb. Twijzel
(Achtkarspelen) 29.01.1861; volgt [9].
5.
Haike Mellema, geb. Twijzel (Achtkarspelen)
19.06.1866, ziekenverpleger, overl. Arnhem 27.03.1944, tr. Leeuwarden
14.05.1904 Helena Brugman, geb. Leeuwarden 18.07.1869|a|, overl. Amersfoort
10.03.1943, d.v. Bauke Albertus Bruman, arbeider (1870), timmerman (1890),
opperman (1904), en Johanna Bosma.
HB
tr. 1e Zaandijk 28.12.1890 Dirk Molenkamp, geb. Zaandijk 30.03.1864, timmerman,
overl. Zaandijk 16.03.1898, z.v. Johannis Molenkamp, timmermansknecht, en
Jannitje Vlaanderen.
Noten: |a| erkend bij
het huwelijk Leeuwarden 02.10.1870 no.188.
[22] Gerrit Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 01.04.1819, landbouwer (1846), dagloner
(1848,1869), landbouwer (1876,1880), overl. Rekken (Eibergen) 22.02.1880, z.v.
Hendrik Bensink, landbouwer, en Janna Boeijink, landbouwster; tr. Eibergen
07.11.1846
[23] Hendrica Johanna Kistemaker, geb. Rekken (Eibergen) 17.03.1825,
landbouwster (1876), arbeidster (1879), overl. Rekken (Eibergen) 23.12.1890,
d.v. Stoffer Kistemaker, landbouwer, en Hendrica klein Bruinink.
Kind van Hendrica Johanna (gewettigd bij het huwelijk):
1.
Gerrit Kistemaker, later Bensink, geb. Rekken (Eibergen)
14.07.1846|a|, wever, overl. Winterswijk 31.12.1876.
Uit dit huwelijk:
2.
Harmina Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 22.09.1848,
overl. Rekken (Eibergen) 28.03.1850.
3.
Christoffer Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 09.12.1852,
landbouwer, tr. Eibergen 19.05.1876 Hendrika Schuppert, geb. Kulsdom (Borculo)
27.03.1855, d.v. Albert Schuppert, landbouwer, en Engele Hilhorst.
4.
Johanna Bensink, geb. Rekken (Eibergen)
26.08.1855; volgt [11].
5.
Gradus Hendricus Bensink, geb. Rekken (Eibergen)
11.11.1857, klompenmaker, overl. Rekken (Eibergen) 06.07.1879.
6.
Hendrik Jan Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 11.10.1859.
7.
Jan Gerhard Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 13.02.1862,
klompenmaker, overl. Rekken (Eibergen) 05.11.1879.
8.
Geziena Johanna Bensink, geb. Rekken (Eibergen)
07.11.1864.
9.
Jan Hendrik Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 12.11.1866.
10.
Jan Willem Bensink, geb. Rekken (Eibergen) 16.04.1869.
Noten: |a| aangifte door
Gesina Bredenhorst, oud 32 jaar, vroedvrouw (geb.akte Eibergen 1846 no.79).
[24] Hendrik Lammertink, geb. Laren 12.12.1839, boerenknecht (1839),
dagloner (1841,1843), arbeider (1852,1878), overl. Borculo 19.03.1887|c|, z.v.
Jan Frederik Lammertink, kleermaker, en Cathrina Bosman; tr. Laren 12.12.1839
[25] Hanna Bats, geb.
Lochem 04.07.1813, overl. Borculo 19.05.1858|b|, d.v. Arent Bats, landbouwer,
en Garritjen Keppels.
Uit dit huwelijk (moeder ook Johanna, ook Baths):
1.
Janna Lammertink, geb. Barchem (Laren) 03.01.1841,
overl. Barchem (Laren) 04.02.1841.
2.
Janna Lammertink, geb. Barchem (Lochem) 17.02.1842,
overl. Heure (Borculo) 14.02.1855|d|.
3.
Albert Jan Lammertink, geb. Barchem (Lochem) 15.10.1843,
arbeider, tr. 1e Borculo 30.04.1869 Hendrike Nijland, geb. Lochem 29.11.1842,
overl. Borculo 31.05.1875, d.v. Wolter Nijland, dagloner, en Geertjen klein
Haneveld; tr. 2e Borculo 20.08.1875 Aaltjen Onis, geb. Borculo 19.02.1852,
dienstmeid (1875), overl. Borculo 02.05.1890, d.v. Garrit Jan Onis,
schoenmaker, en Garritjen Borkink.
4.
Antonij Lammertink, geb. Heure (Borculo) 13.11.1845,
overl. Borculo 02.03.1915, tr. Berendina Warfman, geb. Haarlo (Borculo)
19.02.1856, overl. Borculo 18.11.1918, d.v. Jan Warfman, arbeider, en Janna
Zwolman.
5.
Garrit Jan Lammertink, geb. Heure (Borculo) 04.01.1848,
bediende (1878), oppasser (1879), overl. ’s-Gravenhage 14.11.1879, tr.
’s-Gravenhage 08.05.1878 Petronella Maria Wilhelmina van Zonst, geb.
’s-Gravenhage 18.10.1838, dienstbode (1878), huisbewaarster (1879), d.v. Maria
van Zonst.
PMWvZ tr. 2e
’s-Gravenhage 03.03.1886 Dominikus Hase, geb. Rotterdam 12.04.1819, pettenmaker
(1839), winkelier (1875,1886), z.v. Johannes Hase, bontwerker, en Antonetta
Reijman.
DH tr. 1e
’s-Gravenhage 30.10.1839 Johanna Blancher, geb. ’s-Gravenhage ca. 1815, overl.
’s-Gravenhage 29.09.1874, d.v. Louis Blancher en Johanna Godfried; tr. 2e
’s-Gravenhage 29.12.1875 Catharina Johanna Baijens, geb. Delft 24.02.1817,
d.v. Adrianus Baijens, instrumentenmaker, en Maria Mooser.
CJB tr. 1e Delft 09.06.1841 Johannes
Verhoeft, ook Verhoef, geb. ’s-Gravenhage ca. 1813, schippersknecht (1841),
besteller (1845), overl. ’s-Gravenhage 28.08.1845, z.v. Cornelis Verhoeft,
schipper (1841), bode (1845), en Agatha van Rijn.
6.
Diene Lammertink, geb. Heure (Borculo) 30.03.1850, overl.
Borculo 26.05.1860.
7.
Jan Frederik Lammertink, geb. Heure (Borculo) 22.02.1852,
overl. Eefde (Gorssel) 05.05.1865.
8.
Engbert Lammertink, geb. Borculo
10.02.1854|a|; volgt [12].
Noten: |a| moeder
Baths; |b| overledene Baths; |c| wedr Baths; |d| ook overl.akte
Borculo 1865 no.49.
[26] Garrit Jan Pasman, geb. Ruurlo 22.02.1830, boerwerker
(1854,1862), daghuurder (1866,1871), landbouwer (1873,1874), arbeider (1878),
landbouwer (1879,1896), overl. Ruurlo 07.12.1896, z.v. Jan Hendrik Pasman,
landbouwer, en Aaltjen Nijland. boerwerkster; tr. Ruurlo 03.11.1854
[27] Jenneken Bakhuis, geb.
Ruurlo 30.12.1834, dienstmeid (1854), landbouwster (1873,1911), overl. Ruurlo
06.03.1917, d.v. Albert Bakhuis, daghuurder, en Everdina Haverkamp.
Uit dit huwelijk:
1.
Alberdina Pasman, geb. Ruurlo 24.02.1855; volgt [13].
2.
Jan Pasman, geb. Ruurlo 24.07.1857,
dienstknecht, overl. Lemperhoek (Borculo) 03.11.1873|a|.
3.
Arend Jan Pasman, geb. Ruurlo 21.02.1859,
boerenknecht (1883), spoorwegarbeider (1916), overl. Haaksbergen 06.07.1916,
tr. Borculo 30.03.1883 Willemina Bultman, geb. Neede 23.02.1861, dienstmeid
(1883), overl. Haaksbergen 01.03.1930, d.v. Gerrit Hendrik Bultman, wever, en
Janna Willemina Muller.
4.
Jan Willem Pasman, geb. Ruurlo 03.04.1862,
boerwerker (1884), landbouwer (1885), overl. Rekken (Eibergen) 13.11.1885, tr.
Borculo 14.11.1884 Jenneken Forkink, geb. Schependom (Borculo) 16.09.1858,
dienstmeid (1884), landbouwster (1888), overl. Eibergen 10.12.1932, d.v. Garrit
Hendrik Forkink, arbeider, en Aaltjen Boskamp.
JF
tr. 2e Eibergen 04.10.1888 Jan groot Bramel, geb. Zwiep (Laren) 11.09.1864,
landbouwer, overl. Rekken (Eibergen) 20.07.1896, z.v. Hendrikus groot Bramel,
landbouwer, en Janna Memelink, landbouwster.
5.
Albert Jan Pasman, geb. Ruurlo 04.03.1866,
boerwerker (1892), wegwerker (1911), overl. Ruurlo 01.11.1911, tr. Ruurlo
07.04.1892 Maria Ligtenberg, geb. Ruurlo 05.11.1870, dienstmeid (1892), overl.
Ruurlo 24.09.1943, d.v. Jan Willem Ligtenberg, daghuurder, en Johanna Gerharda
Nijenes, ook Nijen Es.
ML
tr. 2e Ruurlo 25.10.1916 (echtsch. vonnis Arr.Rb. Zutphen 03.01.1924, ingeschr.
Ruurlo 24.05.1924) Garrit Jan Bensink, geb. Ruurlo 17.06.1868, landbouwer,
overl. Ruurlo 18.03.1939, z.v. Garrit Jan Bensink en Berendjen Abbink.
GJB tr. 1e Ruurlo 06.05.1897
Teuntjen Abbink, geb. Ruurlo 11.08.1871, boerwerkster, overl. Ruurlo
31.07.1916, d.v. Jan Abbink, landbouwer, en Johanna klein Wassink.
6.
Hendrik Pasman, geb. Ruurlo 28.04.1868.
7.
Maria Pasman, geb. Ruurlo 11.09.1871,
boerwerkster, overl. Ruurlo 02.06.1919, tr. Ruurlo 09.11.1900 Gerrit Jan
Paalder, geb. Langerak (Ambt Doetinchem) 26.01.1867, spoorwegbeambte
(1898), ploegbaas spoorwegarbeider (1900),
ploegbaas bij de Nederlandsche Spoorwegen (1921), overl. Ruurlo 23.06.1954,
z.v. Johan Paalder, dagloner (1867), landbouwer (1900), en Alberdina Johanna
Fredrika Wink.
GJP tr. 1e
Zelhem 26.05.1898 Hendrika Berendsen, geb. Wassinkbrink (Zelhem) 07.05.1863,
overl. Borculo 27.04.1899, d.v. Harmen Berendsen, arbeider (1863), landbouwer
(1898), en Grada Frederika Stoltenburg; tr. 3e Ruurlo 09.06.1921 Berendina
Smeenk, geb. Hengelo (Gld) 01.04.1879, overl. Ruurlo 27.01.1944, z.v. Gerrit
Jan Smeenk, dagloner, en Heintjen Starink.
8.
Jan Pasman, geb. Ruurlo 22.04.1874,
boerwerker, overl. Ruurlo 04.07.1957|b|, tr. Ruurlo 30.05.1901 Johanna
Schoelenberg, ook Schulenberg, geb. Ruurlo 20.01.1876, boerwerkster, overl.
Ruurlo 29.10.1936, d.v. Hendrik Jan Schoelenberg, landbouwer, en Jenneken
Langenbarg.
9.
Garrit Jan Pasman, geb. Ruurlo 14.04.1879,
boerwerker (1904), landbouwer (1920), overl. Ruurlo 16.08.1920, tr. Ruurlo
29.04.1904 Garritjen Haverkamp, geb. Ruurlo 17.11.1884, boerwerkster, overl.
Ruurlo 22.02.1952, d.v. Hermanus Haverkamp, timmerman, en Aaltjen Emsbroek.
GH
tr. 2e Ruurlo 30.11.1922 Hermanus Peters, geb. Oosterwijk (Zelhem) 10.12.1893,
landbouwer, z.v. Hendrik Peters, arbeider (1893), landbouwer (1922), en
Gerritje Nijland.
Noten: |a| ook
overl.akte Ruurlo 1873 no.66; |b| wedr Schoelenbarg.
[28] Jan Willem Heersink, geb. Hummelo (Hummelo en Keppel)
30.06.1821, dagloner (1844,1848), klompenmaker (1850), molenaarsknecht (1852),
korenmolenaar (1853), landbouwer (1856,1873), overl. Lintelo (Aalten)
17.08.1873, z.v. Lammert Heersink, dagloner. en Anna Kappers, dagloonster; tr.
Hummelo en Keppel 26.04.1844
[29] Barendina Eenink, geb.
Zelhem 05.10.1820, landvrouw (1872), overl. Aalten 08.11.1907, d.v. Gart
Eenink, dagloner, en Janna Lettink, dagloonster.
Uit dit huwelijk (moeder veelal Berendina):
1.
Lammert Heersink, geb. Hummelo en Keppel
05.07.1844, broodbakker (1873), tapper (1921), overl. Winterswijk
24.03.1921|b|, tr. Wisch 11.12.1873 Johanna Geertruid Hofs, geb. Varsseveld
(Wisch) 19.10.1849, overl. Aalten 16.03.1894, d.v. Lammert Hofs, landbouwer, en
Johanna Geertruid Ormel, landbouwster.
2.
Gerrit Heersink, geb. Hummelo en Keppel
13.05.1846|a|; volgt [14].
3.
Arnoldus Heersink, geb. Hummelo en Keppel
08.10.1848, bakker, tr. Stad Doetinchem 21.08.1879 Mina Smits, geb. Stad
Doetinchem 22.05.1852, overl. Boekelo (Lonneker) 30.03.1934, d.v. Bernardus
Smits, dagloner (1852), landbouwer (1879), en Grietjen Vels, landbouwster.
4.
Jan Heersink, geb. Gelselaar (Borculo)
02.04.1850. landbouwer, overl. Aalten 28.11.1910, tr. Aalten 18.06.1880 Johanna
Catharina Prinsen, geb. Woold (Winterswijk) 12.02.1859, overl. Aalten
01.10.1927, d.v. Gerrit Hendrik Prinsen, landbouwer, en Dela te Paske.
5.
Antonie Heersink, ook Anthonie, geb.
Gelselaar (Borculo) 17.05.1852, draaier, overl. Lintelo (Aalten) 26.08.1872.
6.
Gerrit Arend Heersink, geb. Gelselaar (Borculo)
23.11.1853, landbouwer, overl. Aalten 24.01.1922, tr. 1e Aalten 18.07.1884
Hendrika Willemina Stronks, geb. Lintelo (Aalten) 22.03.1860, overl. Aalten
01.03.1892, d.v. Garrit Jan Stronks, landbouwer, en Hendrika Johanna Huitink;
tr. 2e Aalten 21.12.1893 Janna Gesiena Damkot, geb. Miste (Winterswijk)
30.04.1862, overl. Aalten 27.01.1919, d.v. Gerrit Jan Damkot en Anna Geertruid
Slats.
7.
Johanna Berendina
Heersink, geb. Heelweg (Wisch) 05.03.1856, overl. Aalten 13.12.1932, tr. 1e
Aalten 03.05.1879 Derk Somsen, geb. Lintelo (Aalten) 21.11.1853, dakdekker,
overl. Aalten 15.02.1904, z.v. Berend Hendrik Somsen, landbouwer, en Hendrina
Boland; tr. 2e Aalten 17.09.1908 Gerrit Jan Rots, geb. Aalten 24.06.1860,
metselaar, overl. Aalten 29.04.1938, z.v. Gerrit Jan Rots, arbeider, en Antjen
Hengeveld.
GJR tr. 1e Winterswijk 07.09.1883 Aleida
Toebes, geb. Kotten (Winterswijk) 18.05.1851, overl. Aalten 10.04.1891, d.v.
Gerrit Hendrik Toebes, landbouwer, en Johanna Willemina Toebes; tr. 2e Aalten
10.12.1891 Berendina Bekkers, geb. Haart (Aalten) 16.07.1867, dienstmeid
(1891), overl. Aalten 25.01.1906, d.v. Derk Willem Bekkers, landbouwer, en
Harmina Hendrika Schokkin.
8.
Jan Willem Heersink,
geb. Heelweg (Wisch) 02.09.1859, landbouwer, overl. Aalten 23.05.1909, tr. 1e
Aalten 12.09.1889 Johanna Hendrika Neerhof, geb. Aalten 04.04.1871, overl.
Aalten 18.05.1892, d.v. Hendrik Jan Neerhof, klompenmaker, en Grada Hendrika
Hinkamp; tr. 2e Aalten 27.04.1905 Bartha Sweenen, geb. Baflo (Aalten)
10.09.1871, overl. Aalten 18.08.1936, d.v. Gerrit Jan Sweenen en Willemina
Siebelink.
Noten: |a| moeder
Berendina; |b| ook overl.akte Aalten 1921 no.45.
[30] Bernadus Prinsen, geb.
Lintelo (Aalten) 07.04.1819, dienstknecht (mrt1839), wever (mei1839,1841),
arbeider (1845), wever (1849), landbouwer (1851,1882,1892), overl. Aalten
02.12.1892, z.v. Antonie Prinsen, landman, en Harmina Navis, landvrouw; tr.
Aalten 29.03.1839
[31] Hendrika Willemina
Bouwmeester, geb. Aalten 30.08.1816, overl. Dale (Aalten)
11.04.1886, d.v. Jannis Bouwmeester, dagloner (1816), arbeider (1839), en
Aaltjen klein Gussinklo, arbeidster.
Uit dit huwelijk:
1.
Harmina Prinsen, geb. Aalten 26.05.1839,
overl. Aalten 05.02.1910, tr. Aalten 30.03.1871 Harmen Jan Hakstege, geb.
Aalten 21.07.1833|a|, klompenmaker (1865), fabrieksarbeider (1871,1878), overl.
Aalten 31.03.1878, z.v. Derk Hakstege en Harmina Bouwmeester.
HJH tr. 1e Gerada Bent, geb. Lintelo (Aalten) 31.10.1840, dienstmeid
(1865), overl. Aalten 26.11.1870, d.v. Hendrik Jan Bent, landbouwer, en Gesina
te Lindert.
2.
Gesina Prinsen, geb. Aalten 24.05.1841,
overl. Aalten 01.06.1841.
3.
Gerrit Jan Prinsen, geb. Aalten 20.04.1845,
nachtwaker, overl. Aalten 04.03.1920, tr. Aalten 16.10.1873 Dela ter Maat, geb.
Haart (Aalten) 03.07.1849, dienstmeid (1873), overl. Aalten 01.l12.1919, d.v.
Gerrit Hendrik ter Maat, landbouwer, en Hendrika Aleida Wevers.
4.
Antonij Prinsen, geb. Aalten 15.01.1849,
kunstdraaier, overl. Aalten 02.01.1895, tr. Aalten 25.10.1872 Willemina Vaags,
geb. Aalten 31.10.1849, dienstmeid (1872), overl. Aalten 16.05.1940, d.v.
Johannes Vaags, kuiper, en Dora Hendriks te Hennepe.
5.
Aleida Gesina Prinsen, geb. Aalten 13.08.1851; volgt [15].
6.
Johanna Prinsen, geb. Aalten 16.07.1855,
overl. Aalten 29.03.1932, tr. Aalten 15.09.1882 Benjamin Driessen, geb. Aalten
19.05.1853, commies, overl. Aalten 30.05.1943, z.v. Hendrik Jan Driessen,
landbouwer, en Johanna Elisabeth Heinen.
Noten: |a|
natuurlijke zoon van Harmina, gewettigd bij haar huwelijk met Derk (geb.akte
Aalten 1833no.91 & huw.akte 31.12.1842 no.45).
Bijlage A
[32] Jetze Jarigs Komrij, geb. Oudwoude ca. 1802, koemelker (1827),
arbeider (1828,1829), landbouwer (1832,1867), overl. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland)
26.08.1867|b|; tr. 2e Kollumerland en Nieuwkruisland 28.10.1848 Gælske
Kloosterman, geb. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 15.08.1824,
boerenmeid (1848), boerin (1870), overl. Westergeest (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 12.01.1894|a|, d.v. Tjalling Elbes Kloosterman, dagloner, en
Janke Gæles van der Heide; tr. 1e Kollumerland en Nieuwkruisland 08.06.1827
[33] Jitske Melles de Vries, geb. Westergeest ca. 1805, landbouwster/boerin,
overl. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 08.05.1842, d.v. Melle Jentes
de Vries, landbouwer, en Fokeltje Doedes.
Uit het huwelijk
Komrij-de Vries:
1.
levenloze zoon,
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 10.07.1828.
2.
Melle Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 03.09.1829; volgt [16].
3.
Jarig Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 31.03.1832, landbouwer, overl.
Grootegast 18.02.1883, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland 05.03.1863 Ymkje
Wijma, geb. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 25.01.1832,
landbouwster,overl. Grootegast 19.08.1878, d.v. Hille Jans Wijma, landbouwer,
en Trijntje Wobbes Wijma.
4.
Fokeltje Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 27.12.1834, overl. Oudwoude
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 19.03.1845.
5.
Sijtske Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 21.03.1837, overl. Drachten
(Smallingerland) 04.12.1916, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland 27.05.1865 Auke
Zuidema, geb. Kollumerzwaag (Kollumerland en Nieuwkruisland) 23.06.1835,
landbouwer, overl. Drachten (Smallingerland) 16.06.1924, z.v. Pieter Zuidema,
landbouwer, en Grietje de Boer.
6.
Jelle Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 13.08.1839, landbouwer, overl.
Twijzel (Achtkarspelen) 21.06.1872, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland
17.06.1865 Martzen Boersma, geb. Twijzel (Achtkarspelen) 16.06.1844,
landbouwster, overl. Twijzel (Achtkarspelen) 10.04.1905, d.v. Jacob Harts
Boersma, landbouwer, en Rikstje Douwes van der Meulen.
7.
Durk Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 13.01.1842, overl. (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 17.08.1859.
Uit het huwelijk
Komrij-Kloosterman (moeder ook Gelske):
8.
Fokeltje Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 28.06.1849, overl. Oudwoude
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 17.07.1854.
9.
Tjalling Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 23.07.1851, arbeider, overl.
Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 23.11.1915, tr. Kollumerland en
Nieuwkruisland 16.05.1878 Akke Donia, geb. Oudwoude (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 26.07.1842, dienstmeid (1878), overl. Zwagerveen (Kollumerland
en Nieuwkruisland) 17.06.1930, d.v. Durk Harmens Donia, arbeider, en Jantje
Okkinga, arbeidster.
10.
Wijtze Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 02.09.1853, overl. Westergeest
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 03.04.1870.
11.
Wijbe Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 07.02.1856, overl. Oudwoude
(Kollumerland en Nieuwkruisland) 27.06.1856.
12.
levenloze dochter, Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 09.05.1857.
13.
Fokeltje Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 27.08.1858, overl. Wijns
(Tietjerksteradeel) 06.02.1930, tr. 1e Kollumerland en Nieuwkruislaand
02.11.1889 Dreewes Smedinga, ook Dreeuwes, geb. Eerstrum (Tietjerksteradeel)
12.06.1854, overl. Burum (Kollumerland en Nieuwkruisland) 19.03.1905, arbeider,
z.v. Wijtze Pieters Smedinga en Trijntje Barteles Zandstra; tr. 2e
Tietjerksteradeel 01.06.1907 Kornelis Sikma, geb. Oudkerk (Tietjerksteradeel)
07.03.1853, boerenknecht (1878), arbeider (1907), z.v. Piebe Kornelis Sikma en
Sijkjen Wilts van der Lei.
KS tr. 1e Tietjerksteradeel 18.05.1878
Richtje van der Lei, ook Rigtje, geb. Drachten (Smallingerland) 08.03.1853,
boerenmeid (1878), overl. Oenkerk (Tietjerksteradeel) 30.01.1890, d.v. Kornelis
Wilts van der Lei, arbeider, en Janke Linzes Bokkema.
14.
Durk Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 16.11.1861, arbeider, overl.
Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 25.12.1925, tr. Kollumerland en
Nieuwkruisland 09.05.1885 Antje Meijer, geb. Kollumerzwaag (Kolummerland en
Nieuwkruisland) 29.08.1860, arbeidster, overl. Zwagerveen (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 01.03.1940, d.v. Wietze Libbes Meijer, arbeider, en Antje
Gaatses Douma, arbeidster.
15.
Gæle Komrij, geb.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 03.05.1864.
Noten: |a| geb. Oudwoude, oud 68 jaar, vader Taeke (overl.akte Kollumerland
en Nieuwkruisland 1894 no.10); |b| wedr Fogeltje de Vries
(overl.akte Kollumerland en Nieuwkruisland 1867 no.62).
[64] Jarig Wijbes Komrij, geb. [Westergeest]
ca. 1751, landbouwer (1813,1815), overl. Oudwoude (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 18.08.1818, z.v. Wijbe Jarigs en Eelkjen Jelles; tr.
[65] Sijtske Durks
Dijkstra, geb. Oudwoude ca. 1759, overl. Oudwoude (Kollumerland
en Nieuwkruisland) 22.10.1826, d.v. Durk Jetzes en Anna Catharina Jacobs.
Uit dit huwelijk:
1.
…
2.
Wijbe Komrij, geb. Westergeest ca. 1783, koopman, overl.
Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland) 05.10.1846, tr. Kollumerland en
Nieuwkruisland 13.12.1821 Jeltje Hellinga, geb. Buitenpost ca. 1794/1795,
werkvrouw, overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 18.10.1828, d.v.
Wijtze Klases Hellinga en Hinke Sijbrens.
3.
Dirk Komrij, geb. Oudwoude ca. 1785, tr. Oudwoude
25.05.1815 Jeltje Siccama, geb. Oudwoude ca. 1798, d.v. Franke Brugts Siccama,
koemelker, en Romkjen Harmens.
4.
Anna Catharina Komrij,
geb. ca. 1786|b|, arbeidster, overl. Oudwoude (Kollumerland en Nieuwkruisland)
07.03.1829, tr. voor 1811 Sytze Eelkes Bos, geb. Kollum ca. 1782, arbeider
(1811), dagloner (1814), arbeider (1817), dagloner (1820,1823), boerenknecht
(1835), arbeider (1841), landbouwer (1841), boer (1845), arbeider (1847,1852),
overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 28.07.1852, z.v. Eelke
Tjerks Bos en Lijsbert Sijtzes.
– Het echtpaar
Bos-Komrij vormt tevens de kwartieren [18]/[19] in de Kwartierstaat Albert
Pilot.
5.
Eelkjen Komrij, geb.
Oudwoude ca. 1792/1793, winkelierster (1834), overl. Westergeest (Kollumerland
en Nieuwkruisland) 27.06.1858, tr. 1e Oudwoude 19.11.1813 Jacob Steeringa, ook
Steringa, geb. Oudwoude ca. 1787, koopman (1813), winkelier (1831), overl. Westergeest (Kollumerland en
Nieuwkruisland) 15.02.1831, z.v. Jasper Lurks Steeringa, tapper, en Sietske
Jacobs; tr. 2e Kollumerland en Nieuwkruisland 06.05.1834 Gabe Wadman, geb.
Oudwoude ca. 1781, boer, overl. Westergeest (Kollumerland en Nieuwkruisland) 17.06.1865,
z.v. Jan Binnes en Sijtske Gabes Wadman.
6.
Wijtze Komrij, geb.
Oudwoude ca. 1796, dienstknecht, tr. Kollumerland en Nieuwkruisland 04.05.1842
Mechelina Aalijda Raven, geb. Augustinusga ca. 1810, dienstmeid (1842), d.v.
Tjeerd Raven, zilversmid, en Lucretia Siersema.
7.
Jetze Komrij, geb.
Oudwoude ca. 1802; volgt [32].
Voorouders van Gradus
Albartus Stemerdink
[B-20] Abraham Stemerdink, geb. Kotten (Winterswijk) 26.12.1817,
landbouwer (1852,1853), wever (1856,1861), houtzager (1865), arbeider (1879),
landbouwer (1880,1881), houtzager (1885), overl. Winterswijk 09.11.1885, z.v.
Gerrit Hendrik Stemerdink, landbouwer, en Johanna Nijenhuis; tr. Winterswijk
30.06.1852
[B-21] Harmina Aleida Beukenhorst, geb. Winterswijk 30.01.1824, dienstmeid
(1852), arbeidster (1879), landbouwster (1880,1881), overl. Winterswijk
30.03.1894, d.v. Gradus Beukenhorst, tapper, en Grada Aleida Helmich.
Uit dit huwelijk:
1.
Johanna Geertruida Stemerdink, geb. Winterswijk
04.08.1853, overl. Dorpbuurt (Winterswijk) 31.03.1889, tr. Winterswijk
24.09.1880 Gerrit Jan Kolwagen, geb. Aalten 27.08.1852, schoenmaker, overl.
Winterswijk 18.06.1933, z.v. Derk Jan Kolwagen, landbouwer, en Hendrika
Willemina Winkelhorst.
GJK tr. 2e Winterswijk 22.11.1889 Geertruida Theodora Kolstee, geb.
Aalten 23.11.1865, overl. Aalten 12.07.1925, d.v. Derk Jan Kolstee, kleermaker
(1865), landbouwer (1889), en Garritjen Duenk.
2.
Gradus Albartus Stemerdink, geb. Winterswijk
14.01.1856; volgt [B-10].
3.
Jan Hendrik Stemerdink, geb. Winterswijk
19.11.1858, wever, overl. Winterswijk 26.03.1939, tr. Winterswijk 19.08.1881
Aaltjen van de Kempe, geb. Winterswijk 23.01.1860, overl. Winterswijk
13.12.1933, d.v. Gerrit Jan van de Kempe, landbouwer, en Janna Berendina Sik,
landbouwster.
4.
Harmen Jan Stemerdink, geb. Winterswijk
10.11.1861, sigarenmaker (1889), fabrieksarbeider (1908), overl. Winterswijk
09.11.1944, tr. 1e Winterswijk 07.06.1889 Everdina Nijenhuis, geb. Winterswijk
22.11.1841|a|, overl. Winterswijk 13.08.1907, d.v. Jan Willem Nijenhuis, wever
(1843), en Aaltjen Ubbink; tr. 2e Winterswijk 12.06.1908 Gesiena Aleida
Meerdink, geb. Winterswijk 26.08.1870, d.v. Jan Albert Meerdink, wever, en
Hendrika Willink.
5.
Grada Harmina Stemerdink, geb. Winterswijk
20.09.1865, overl. Winterswijk 25.09.1896, tr. Winterswijk 22.04.1892 Gerrit
Bokhove, geb. Stad Almelo 07.05.1863, spoorbeambte/spoorwegbeante, overl.
Hengelo (O) 21.02.1947, z.v. Hendrik Bokhove, dagloner, en Geertruida Slot.
GB
tr. 2e Hengelo (O) 05.02.1897 Hendrikje Jansen, geb. Den Ham 01.09.1877,
dienstbode (1897), overl. Hengelo (O) 11.11.1950, d.v. Jan Willem Jansen,
arbeider, en Hendrika Heijink.
Noten: |a| natuurlijke dochter van Aaltjen, gewettigd bij
haar huwelijk (geb.akte Winterswijk 1841 no.224 & huw.akte Winterswijk
06.12.1843 no.44).
Legenda
– Laren = Laren
(Gld)
terug naar Artes
* terug naar de alba